Replacement content

Get macromedia Flash Player

Replacement content

Get macromedia Flash Player

Archief

2017

Maart

2016

2015

2012

Juni
November

2011

Wodan

“Hé schrijf jij nog even een column?”

 

De potentieel columnist schrok wakker. Herkende de toon. Vandaag afkomstig van een collega. Maar meestal van zijn eega: “Laat jij nog even de hond uit?”. Zij naar boven. Hij nog een rondje met Wodan.

 

Met zo’n rondje zet hij de wereld niet op z’n kop. Geen hond die hem ziet zo laat in het donker. En áls iemand hem ziet, gebeurt dat wanneer Wodan zich van zijn avondhoop ontdoet. Dus kijkt hij alsof hij daar niet bij hoort.

 

Hoe anders is dat met columns. Zijn columns.

 

Geplaatst op sites met wereldbereik slaan ze in als een bom. Snijden ze hout. Bewegen de mensheid. Vormen de vonk naar de revolutie. Maken het verschil tussen ‘zijn’ en ‘niet zijn’. En dat was waarschijnlijk wat die collega vandaag van hem vroeg: een column op de site die hun bedrijf eeuwige roem zou bezorgen.

 

Ter inspiratie dook hij in alles wat hij ooit geschreven had. Lang van stof was hij nooit. Dus tijd speelde geen rol. Maar de emotie. Mensen wat riepen die vloeiende zinnen die fijne ritmes, die rake typeringen en die weldoordachte, heldere visies toch een vloed aan gevoelens op.

 

Weer stuiterde hij kraaiend van de stoel bij het lezen van zijn ‘Nietwerken’. En halverwege de dialoog ‘Zuurkool’ begon de niet te stoppen tranenmoesson. Zelfvoldaanheid kon niet worden onderdrukt bij het hilarische ‘Silvio’. En in de serie ‘Vakantie BN-ers’ kwamen zinnen voor die in het museum van Ware Taal een eigen zaaltje verdienden. En iedereen die deze zaal verliet, kwam naar buiten als een beter mens.

 

“Hé dromer, denk aan de deadline. We hebben niet eeuwig de tijd!” De collegiale druk werd onnoemelijk zwaar. Te zwaar. Hij gaf geheimen prijs.

 

“Ik heb helemaal geen hond die Wodan heet!”  

 

 

 

 

Reageer op dit bericht

16-11-2010